Ieder verantwoordelijk voor eigen daden

Derek Prince
*First Published: 2006
*Last Updated: maart 2026
3 min read
Gisteren zagen we hoe er twee stadia zijn waarin Gods oordeel zich voltrekt: de tijd en de eeuwigheid. We keken naar een voorbeeld van Gods oordeel in de tijd, wanneer Hij mensen waarschuwt dat afgoderij gevolgen heeft voor de generaties na hen. Tegelijkertijd vertelt God dat Hij barmhartigheid bewijst aan vele nakomelingen van hen die God liefhebben en Zijn geboden in acht nemen.
Om een compleet beeld te krijgen van Gods totale oordeel, moeten we ook de vele passages van de Schrift nagaan die betrekking hebben op Gods oordeel in de eeuwigheid. Een heel duidelijk beeld daarvan wordt geschetst in Ezechiël 18.
Ezechiël 18:1-4 vermeldt de volgende boodschap van de Heer (via de profeet) aan Zijn volk Israël:
Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat is er met u dat u dit spreekwoord gebruikt over het land van Israël: De vaders eten onrijpe druiven, en de tanden van de kinderen worden stomp? Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, als u dit spreekwoord in Israël nog durft te gebruiken! Zie, alle mensenlevens behoren Mij toe. Zowel het leven van de vader als het leven van de zoon, die behoren Mij toe. De mens die zondigt, die zal sterven.
Deze passage laat zien, dat toen God door Zijn profeten Israël bestrafte voor haar afval, de mensen probeerden zich te verontschuldigen door hun toestand te wijten aan de zondigheid van vorige geslachten. Zij wilden daarmee zeggen, dat de schuld voor de nationale afval van Israël in hun dagen lag bij (de zonden van) hun voorouders. God kon hen dus niet voor hun huidige morele toestand verantwoordelijk stellen. Maar door deze boodschap van Ezechiël wijst God deze smoes volkomen af.
Ofschoon nationale achteruitgang het gevolg kan zijn van het falen van voorgaande geslachten, waarschuwt God hen dat Hij ieder van hen individueel voor zijn eigen persoonlijke morele toestand verantwoordelijk stelt. Ieder van hen zal – in de eeuwigheid – alleen op grond van zijn eigen karakter en gedrag beoordeeld worden en beslist niet naar iets dat zijn voorouders hebben gedaan of hebben nagelaten.
Iets verder wordt deze waarschuwing met nog meer nadruk herhaald in Ezechiël 18:20:
De mens die zondigt, díe zal sterven. De zoon zal de ongerechtigheid van de vader niet dragen, en de vader zal de ongerechtigheid van de zoon niet dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal op hemzelf zijn, en de goddeloosheid van de goddeloze zal op hemzelf zijn.
De toepassing van deze passage is individueel en persoonlijk. De mens die zondigt zal sterven. Dit is niet het oordeel over een natie of een familie; dit is het oordeel over ieder individueel mens – het oordeel waardoor de bestemming van elk mens voor de eeuwigheid wordt bepaald.
*Prayer Response
Trouwe hemelse Vader, dank U wel voor de heerlijke, geweldige ‘way out’, de ‘uitweg’ die U heeft gecreëerd voor elke ziel die ‘ja’ zegt tegen U, door het offer van Uw Zoon Jezus! Ik ben zo dankbaar Heer, dat we zelfs niet alleen voor de eeuwigheid mogen genieten van dat heil, maar ook nu al in dit leven! Zijn offer was meer dan compleet! Amen.
Code: WD-B052-332-NLD