De doden voor de laatste keer voor God gebracht

Derek Prince
*First Published: 2006
*Last Updated: maart 2026
3 min read
In Openbaring 20:11–15 gaat Johannes verder met de beschrijving van de laatste opstanding van alle overgebleven doden:
En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken. En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken. En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.
In dit verslag zien wij dat er eerst opstanding komt en daarna oordeel. Hetzelfde principe zien we bij iedere fase van de opstanding. Aangezien mensen in hun lichaam daden van goed of van kwaad hebben verricht, is het ook in hun lichaam dat zij voor God moeten verschijnen om zijn oordeel over deze daden te vernemen.
We hebben al gezien, dat allen die voor hun redding op Christus hebben vertrouwd, vóór het begin van het millennium opgestaan zullen zijn. Daaronder zijn zowel de heiligen van het oude verbond, die door profetie en voorafschaduwingen uitgezien hebben naar Christus’ verzoening, als de heiligen van het nieuwe verbond, die erop hebben teruggekeken als een voldongen historisch feit. Daarom lijkt het aannemelijk dat de meerderheid van degenen die aan het einde van het millennium opgewekt zullen worden, mensen zullen zijn die in zonde en ongeloof zijn gestorven.
Het is veelbetekenend dat Johannes het over ‘de doden’ heeft, als hij verwijst naar degenen die aan het einde van het millennium worden opgewekt. Hij zegt: ‘Ik zag ‘de doden’, klein en groot, voor God staan.’ De opstanding van de rechtvaardige doden aan het begin van het millennium beschrijft hij anders:
En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. (Openbaring 20:4)
Over de opgestane rechtvaardigen zegt Johannes dus niet alleen dat zij werden opgewekt, maar ook dat ‘zij leefden’. Daarentegen waren degenen die waren opgestaan aan het einde van het millennium, nog steeds ‘de doden’. Hoewel ze lichamelijk uit het graf waren opgestaan, waren zij geestelijk nog steeds ‘dood’ – dood in zonden en misdaden – vervreemd en afgesneden van de tegenwoordigheid en gemeenschap van God. Voor de laatste keer werden zij voor God gebracht, maar nu om Zijn laatste uitspraak van vervloeking over hen te vernemen. Daarna is hun bestemming de poel van vuur, ‘de tweede dood’, de plaats van definitieve, eeuwige verbanning uit Gods tegenwoordigheid, de plaats waar geen hoop meer is op omkeer of verandering.
*Prayer Response
Vader, deze realiteit lezend vult me met dankbaarheid, maar ook met motivatie om in mijn leven en werk altijd een uitdrager te zijn van Uw boodschap van redding voor alle mensen die het offer van Uw Zoon Jezus aanvaarden. Help mij om in woord en daad het evangelie uit te dragen. Amen.
Code: WD-B052-312-NLD