Kenmerken van ware gelovigen

Derek Prince
*First Published: 2006
*Last Updated: maart 2026
3 min read
Vorige week keken we naar de eerste fase van de opstanding, die door Paulus wordt genoemd ‘Christus als Eersteling’. We zagen hoe exact en volledig het in het Nieuwe Testament gegeven verslag van Christus’ opstanding de profetische typologie heeft vervuld van de verordening van de oogst van de eerstelingen, zoals die voor Israël in het Oude Testament werd ingesteld.
We zullen nu verder kijken naar de tweede belangrijke fase van de opstanding, de fase waar Paulus naar verwijst in 1 Korinthiërs 15:23 als ‘wie van Christus zijn, bij Zijn komst’.
Het is belangrijk om zorgvuldig te letten op de exacte uitdrukkingen die Paulus hier gebruikt in verband met deze tweede fase van de opstanding. Allereerst: het Griekse woord dat hier vertaald is met ‘komst’ is ‘parousia’. Dit is het woord dat door het hele Nieuwe Testament heen wordt gebruikt om dat aspect van Christus’ tweede komst aan te duiden dat vooral de Gemeente betreft – dat wil zeggen, Christus’ komst als de Bruidegom om Zijn bruid, de Gemeente, tot zich te nemen.
Ten tweede moeten we gaan zien hoe zorgvuldig en exact Paulus diegenen specificeert die deel zullen hebben aan deze tweede fase van de opstanding. Hij zegt ‘die van Christus zijn’. Deze uitdrukking wijst op bezit. Het is hetzelfde als wanneer we zouden zeggen ‘zij die Christus toebehoren’. Daaronder vallen beslist niet al degenen die geloof in Christus met hun lippen belijden. Het omvat alleen diegenen die zich zo geheel en zonder reserve aan Christus hebben overgegeven, dat zij volkomen van Hem zijn. Zij zijn niet langer van zichzelf; zij behoren Christus toe.
In 2 Timotheüs 2:19 beschrijft Paulus een dubbel ‘merkteken’, dat degenen dragen die aan deze vereiste voldoen:
Toch blijft het vaste fundament van God staan, met dit zegel: de Heere kent wie van Hem zijn, en: ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid.
In laatste instantie weet alleen de Heer zelf precies wie degenen zijn die Hem toebehoren. In uiterlijk gedrag hebben al die gelovigen echter één kenmerk met elkaar gemeen: zij ‘houden zich ver van ongerechtigheid’. Iedereen bij wie dit tweede, uiterlijke kenmerk ontbreekt, behoort niet tot degenen die de Heer erkent als de Zijnen.
In Galaten 5:24 noemt Paulus nog een kenmerk waaraan zulke mensen te herkennen zijn:
Maar wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.
Belijdende christenen die een onverschillig, vleselijk, genotzuchtig leven leiden, zullen niet gerekend worden tot degenen die Christus zal accepteren als voor zichzelf. Christus komt, dat is waar, ‘als een dief’, maar Hij komt beslist niet om te stelen. Hij zal voor Zichzelf alleen diegenen wegnemen die reeds Zijn eigendom zijn.
Met deze waarschuwing in gedachten, zullen we de komende dagen nagaan wat er gaat gebeuren in deze tweede belangrijke fase van de opstanding. Aangezien Paulus vermeldt dat het zal plaatsvinden ‘bij Christus’ komst’, is het duidelijk dat deze tweede fase in direct verband staat met de wederkomst van Christus.
*Prayer Response
Heer Jezus, maakt U toch dat ik in mijn toewijding aan U zo zal blijken te zijn, als ‘toebehorend aan U bij Uw komst’. Maakt U mijn leven in alle opzichten tot een klinkend, helder getuigenis van Wie U bent Heer. Amen.
Code: WD-B052-303-NLD